Jarenlang zorgde ik voor kinderen, probeerde ik te herstellen wat het leven te vroeg had gebroken. Maar niets had me voorbereid op deze ontmoeting. Een klein jongetje van zes, te mager voor zijn ziekenhuisbed, met grote, bezorgde ogen. Zijn naam was Lucas. Zijn hart begaf het, zijn toekomst was onzeker, en ondanks zijn angst verontschuldigde hij zich bijna dat hij daar was. Vanaf het allereerste moment voelde ik een beklemmend gevoel in mijn borst.
Een geheeld hart… en dan een ondraaglijke leegte.

De operatie was geslaagd. Haar hart hield stand, alsof het zich met stille vastberadenheid aan het leven vastklampte. Maar de volgende ochtend, toen ik haar kamer binnenkwam, begreep ik dat de strijd nog niet voorbij was.
Lucas was alleen. Geen ouders, geen tas, geen briefje. Alleen een knuffeldinosaurus die op zijn zij lag. Toen hij zijn schouders ophaalde en zei dat zijn ouders « weg moesten », voelde ik een rilling die ik nooit zal vergeten.