Help ze zitten of liggen in een comfortabele houding. Vermijd onnodige beweging, want dat kan de symptomen verergeren.
3. Plaats de persoon veilig
Als ze bij bewustzijn zijn: Laat ze liggen met hun hoofd iets omhoog.
Als je overgeeft of bewusteloos bent: leg ze voorzichtig op hun zij om de luchtweg vrij te houden.
4. Maak strakke kleding losser
Maak kragen, strikjes of riemen los om het ademen makkelijker te maken.
5. Monitor Ademhaling en Bewustzijn
Blijf bij de persoon en let op veranderingen in ademhaling of alertheid totdat er hulp arriveert.
6. Noteer het moment waarop de symptomen begonnen