Een offeraltaar
De lucht in de oude kerk was zwaar. Het drukte op Elena’s schouders als de zware sluier die haar gezicht bedekte, maar het kon de wanhoop in haar ogen niet verbergen. Elk glas-in-loodraam, elke brandende kaars, leek haar lot te bespotten. Dit was niet de dag waar ze van had gedroomd.
Haar witte jurk, smetteloos en prachtig, was een wrede ironie. Ze voelde zich als een offer, opgetuigd voor de slachting. Haar hart klopte met een mengeling van paniek en berusting.
Een paar stappen verderop, bij het altaar, wachtte de man die binnenkort haar echtgenoot zou worden. Ze had hem slechts een paar keer gezien. Een man met een lege blik, gekleed in kleren die niet van hem waren, en met een aura van hulpeloosheid dat schreeuwde: « zwerver ».
Doña Carmen, haar moeder, zat op de eerste rij met een triomfantelijke glimlach die ze niet probeerde te verbergen. Het was een koude, berekende glimlach, een glimlach die Elena maar al te goed kende. Het was de glimlach van iemand die haar doel had bereikt, ongeacht de menselijke kosten.
Elena had altijd het gevoel gehad dat ze nooit goed genoeg was voor haar moeder. Van jongs af aan kreeg ze weinig lof, kritiek des te meer. Doña Carmen, een vrouw met een opvallende schoonheid en een ijzeren wil, had haar leven gebouwd op uiterlijkheden en wat anderen zouden zeggen.
En Elena, met haar dromerige geest en haar liefde voor schilderen, was altijd een stille teleurstelling. Een vlek op het perfecte doek dat haar moeder wilde beschilderen.
‘Je zult boeten voor de fout die je hebt gemaakt,’ had Carmen de avond ervoor gefluisterd, terwijl ze met een ijzige kilte haar sluier rechtzette. ‘Dit is je boetedoening, Elena. Een leven in het niets, precies wat je verdient.’
Elena begreep niet naar welke « fout » haar moeder verwees. Ze had haar hele leven geprobeerd haar te behagen, de perfecte dochter te zijn, maar het was haar nooit gelukt. Schuldgevoel wierp een constante schaduw over haar bestaan.
Nu trouwde ze met een vreemdeling, een man zonder naam of aantoonbaar verleden, die haar moeder van de straat had ‘gered’ met een show van liefdadigheid die een diep kwaad verborg.
Het gemurmel van de gasten vermengde zich met de echo van de voetstappen van de priester. Sommigen keken haar met medelijden aan, anderen met de morbide nieuwsgierigheid van iemand die naar een voorstelling kijkt. Elena voelde hun blikken als naalden in haar ogen.