Mensen adviseren om « minder bewerkt vlees te consumeren » lijkt abstract als het niet vertaald wordt in een duidelijk, werkbaar plan. Een praktische strategie is om de maaltijden te identificeren waar bewerkt vlees het vaakst voorkomt, en dit vervolgens te vervangen door één product tegelijk. Deze aanpak vermijdt de alles-of-niets-aanpak, die meestal binnen enkele weken uit elkaar valt. Het vermindert ook het risico op blootstelling terwijl het het genot van eten behouden blijft. Een rapport in de Harvard Gazette geeft een realistische tip van hoofdauteur Renata Micha: « Op basis van onze bevindingen zou het eten van één portie per week of minder een relatief klein risico zijn. » Dit betekent niet dat één portie volledig risicovrij is, maar het biedt wel een realistisch doel om mensen te helpen overstappen van dagelijkse naar occasionele consumptie.
Voor iemand die vijf dagen per week bewerkt vlees eet, is het beperken tot één keer per week een aanzienlijke verbetering. Een andere effectieve tactiek is substitutie. Onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health hebben aangetoond dat het risico op diabetes lager is wanneer rood vlees wordt vervangen door plantaardige eiwitten zoals noten en peulvruchten. De Alzheimer’s Association heeft vergelijkbare voordelen opgemerkt wat betreft het risico op dementie wanneer bewerkt rood vlees wordt vervangen door producten zoals bonen, noten of tofu. Substitutie is effectief omdat het de schadelijke effecten op het lichaam vermindert en de kwaliteit van het vervangende product verbetert. Zo verrijkt het vervangen van vleeswaren door bonen de maaltijd met vezels en mineralen, terwijl het meestal ook het natriumgehalte verlaagt.