Er is een subtiele maar krachtige paradox: terwijl zoveel mensen opzien tegen zestig worden, zijn het vaak juist de zeventigplussers die toegeven het meest sereen, zelfs gelukkig, te zijn. Waarom moedigt de maatschappij ons aan om op deze leeftijd op te geven, terwijl wetenschappelijk onderzoek het tegendeel aantoont? En wie profiteert er nu echt van de stereotypen rondom ouderdom?
Veroudering: tussen stilzwijgende geboden en individueel verzet

De druk van maatschappelijke oordelen sijpelt door in alles. De meeste ouderen horen het: « Je moet oppassen, » « Je bent daar te oud voor, » en soms leidt het er zelfs toe dat ze onzichtbaar worden in openbare ruimtes, bij de bank en binnen de familie zelf. Voor Jacqueline*, 74, is de constatering schrijnend: « Mensen praten vaak tegen me alsof ik niets meer begrijp. Maar in mijn hoofd ken ik geen grenzen. Het is de manier waarop anderen naar me kijken die pijn doet, niet mijn leeftijd. »
Stereotypen blijven de collectieve perceptie bepalen. Volgens de heersende opvatting betekent ouder worden onvermijdelijk dat men zijn horizon vernauwt en zijn plannen laat varen. Maar uit het onderzoek blijkt dat dit mechanisme, verre van onschuldig te zijn, het zelfrespect van ouderen ernstig ondermijnt en zelfcensuur en isolement in de hand werkt. Deze stille onrechtvaardigheid begint al rond de vijftig, soms zelfs veel eerder, onder het mom van goede wil.