Hij noemde me een parasiet. En een week later kocht hij een vaatwasser.
Inleiding
Soms kan één woord jaren verpesten.
Geen enkele schreeuw. Geen enkel gevecht.
Een kort, minachtend woord, onverschillig gegooid, als een sigarettenpeuk op een schone vloer.
Je bent een parasiet. Je verspilt gewoon je geld.
Hij zei het kalm. Geen discussie. Geen emoties.
Alsof hij een feit vaststelde, zoals het weer buiten.
Ik heb niet geantwoord. Ik stond gewoon bij de gootsteen en waste de pan waarin ik pap voor de kinderen had gekookt in de ochtend. Het water was heet, mijn handen brandden, en iets in mij leek geruisloos te ontploffen, zonder geluid te maken.
Ik schreeuwde niet. Ik heb de deur niet dichtgeslagen.
Ze was gewoon moe. Ze was zo moe dat ze niet eens de kracht had om te huilen.
Twee dagen later brak zijn moeder haar been.
En het leven besloot alles op orde te brengen. Ontwikkeling
De geur van medicijnen, koud metaal en de pijn van anderen hing door de spoedeisende hulp.
Nina Petrovna lag op de bank: een strenge, altijd vrolijke vrouw, een voormalige lerares die nu extreem klein leek. Het gips op haar been liet haar hulpeloos lijken, bijna weerloos.
De dokter sprak kort en bondig, alsof hij het doodvonnis voorlas:
« Een gesloten breuk. Een gips voor zes weken. Geen last. Liggend in bed. »
Ik begon automatisch te tellen.
Werk. Kinderen. Thuis.