1. Omarm een koolhydraatarm dieet, maar niet een koolhydraatvrij dieet.
Koolhydraten zijn de belangrijkste bron van glucose voor het lichaam. Het is dus logisch dat het eten van veel koolhydraten – vooral geraffineerde koolhydraten zoals wit brood, rijst en aardappelen – je bloedsuikerspiegel kan laten stijgen. Maar in plaats van koolhydraten volledig te schrappen, kun je overwegen om over te stappen op een koolhydraatarm dieet. Minder koolhydraten eten (in plaats van ze helemaal te vermijden) kan een aanzienlijk verschil maken voor je bloedsuikerspiegel, terwijl je toch van een verscheidenheid aan voedingsmiddelen kunt blijven genieten. Focus op kwaliteit, niet alleen op kwantiteit.
2. Probeer intermitterend vasten.
Door je lichaam een pauze te gunnen van het eten – al is het maar 12 tot 16 uur ‘s nachts – kan het overtollige glucose verbranden. Intermittent fasting is een krachtige manier om je lichaam te resetten, de insulinegevoeligheid te verbeteren en die constante pieken en dalen in je bloedsuikerspiegel te voorkomen. Door een periode niet te eten, kan je lichaam de opgeslagen energie gebruiken, inclusief de glucose in je bloed.